04th feb2013

Planformatie

by admin

for·me·ren (werkwoord; formeerde, heeft geformeerd) vormen, samenstellen

plan (het; o; meervoud: plannen; verkleinwoord: plannetje)

1 uitgewerkt schema van economische of ruimtelijke ordening: bestemmingsplan, streekplanmeerjarenplan, rampenplan

2 opzet of voornemen; idee: plannen smeden maken; zijn plan trekken (a) bedenken wat men wil; (b) zijn gang gaan; (c) (België) zich kunnen behelpen

3 niveau: iets op een hoger plan brengen

plan·for·me·ren (werkwoord; planformeerde, heeft geplanformeerd)

Vormen, samenstellen en concretiseren van ideeën.

 

Zie op deze link voor meer informatie

Comments are closed.